Ik deed mee aan Breingenoten omdat ik nieuwsgierig was naar anderen:
waar lopen zij tegenaan in hun werk?
En eerlijk gezegd ook omdat ik wilde onderzoeken: ben ik nou hoogbegaafd of niet?
Die vraag hing al een tijd in de lucht. Niet zwaar, maar wel aanwezig.
De oefening die mij het meest heeft gebracht, ging over frustratie. Over hoe je frustratie niet ziet als iets dat weg moet, maar als iets dat je kunt ombuigen naar beweging. Klein. Concreet. Haalbaar.
Daar viel bij mij echt iets op zijn plek.
Ik dacht ineens: oké, dit hoort er dus bij als je een snelle denker bent.
Ik ben niet gek. En nog belangrijker: ik heb nu een manier om ermee om te gaan.
Wat ik ook bijzonder vond, is dat hoogbegaafdheid gaandeweg steeds minder een groot thema werd. Het was er wel, maar het stond niet continu op de voorgrond. En dat was eigenlijk heel fijn.
Ik realiseerde me dat ik het zelf ook niet zo groot hoef te maken. Dat doen veel mensen als ze net ontdekken dat ze neurodivergent zijn, logisch ook, maar door Breingenoten vielen er bij mij dingen op hun plek. Over bewustzijn, over hoe mijn brein werkt, en over wat daar wel en niet bij hoort.
Ik merkte ook dat de begeleiding gedurende de drie workshops steeds beter werd. Het was de eerste keer dat dit programma draaide, en dat voelde je, maar op een goede manier. Het werd scherper, rustiger, meer eigen. Dat gaf vertrouwen.
Wat mij betreft had het nog wel meer mogen zijn.
Langere dagen. Nog meer bewegen en oefenen.
Meer werken met concrete situaties waar ik in mijn werk tegenaan loop.
Niet alleen inzichten krijgen, maar ermee trainen.
De lunch vond ik persoonlijk geen grote toevoeging, al dachten de andere deelnemers daar anders over. Voor mij zat de waarde vooral in het denkwerk, de reflectie en het normaliseren van hoe mijn brein werkt.
Alles bij elkaar genomen heeft Breingenoten mij vooral dit gegeven:
rust. Herkenning. En praktische handvatten. Geen label om te dragen, maar een manier om beter met mezelf om te gaan.



