Je grootste talent is je grootste blinde vlek: dit mis je zonder ontwikkelingsgelijken
Je hebt het vast weleens gevoeld: iemand vertelt over een stap die diegene heeft gezet, een nieuwe baan, een eigen bedrijf, een lef-beslissing, en ergens in jou trekt iets samen. Geen blijdschap. Eerder een steekje. Misschien zelfs een beetje jaloezie.
En dan volgt vaak meteen het schuldgevoel: dit hoor ik toch niet te voelen?
Maar wat als dat steekje geen zwakte is, maar informatie?
Wat we kwijt zijn: de gilde, de mentor, de ontwikkelingsgelijke
Vroeger had je het vakmanschap. Een leerling leerde van een meester. Er was een gilde, een groep mensen die hetzelfde vak beoefenden, van elkaar leerden en elkaar aanmoedigden. Die structuur zijn we in onze individualistische samenleving grotendeels kwijtgeraakt.
Voor snelle denkers, mensen die hoogbegaafd zijn, ADHD of ADD hebben, hooggevoelig zijn, of gewoon weten dat hun brein anders werkt, is dat gemis extra groot. Je bent niet gewend om regelmatig met “ontwikkelingsgelijken” om te gaan: mensen die op hetzelfde niveau denken, voelen of associëren als jij. Daardoor pas je je aan, hou je in, of leg je jezelf uit aan mensen die je toch niet helemaal volgen.
Het gevolg? Je gaat denken dat je gek bent. Terwijl je vooral eenzaam bent in een omgeving die niet bij je past.
Je grootste talent is vaak je grootste blinde vlek
Een lastig punt van in je eentje vooruit proberen te komen: je ziet je eigen talent vaak niet. Precies omdat het zo vanzelfsprekend voor je is, herken je het niet als iets bijzonders. Je hebt iemand nodig die het je terugspiegelt.
Dat is ook meteen waarom niet elke coach of adviseur die je inhuurt evenveel waarde toevoegt. Iemand die alleen de theorie kent maar het zelf nooit heeft doorleefd, kan je niet altijd meenemen naar de kern. Kennis over hoogbegaafdheid, ADHD of overprikkeling is iets anders dan het zelf hebben uitgezocht voor jezelf. Datzelfde geldt trouwens buiten coaching om: een adviseur die te dicht op zijn eigen situatie zit, ziet zijn eigen blinde vlekken ook niet.
Zoveel verschillende breinen, zoveel verschillende talenten
Een hardnekkig misverstand is dat “snelle denkers” één type zijn: stil, introvert, analytisch. De praktijk laat iets anders zien. De ene breingenoot duikt helemaal in economische geografie, de ander in verpakkingsindustrie of ecofeminisme. Er zijn mensen die moeiteloos van vakgebied wisselen, mensen die precies weten hoe ze een ruimte tot in de puntjes verzorgen, mensen die dol zijn op zang, dans en theater, en mensen die het liefst urenlang in complexe data-analyses duiken.
Wat ze delen, is niet hún interesse. Het is de intensiteit waarmee ze ergens induiken zodra ze hun ding hebben gevonden. En het moment waarop iemand zich dat realiseert, is vaak het moment waarop diegene ook echt in beweging komt: naar een andere functie, een eigen onderneming, of simpelweg meer zichzelf op de werkvloer.
Gebruik andermans succes als spiegel, niet als bewijs dat je faalt
Dus terug naar dat steekje van jaloezie. In plaats van het weg te duwen, kun je het onderzoeken. Wat doet die ander precies, waardoor jij aanhaakt? Wat wil je zelf, dat daaronder verscholen zit?
Andermans succes is geen bewijs dat jij achterloopt. Het is een voorbeeld van wat mogelijk is. Zoals Serena Williams het ooit verwoordde: vrouwen zouden elkaar moeten inspireren in plaats van omlaag te halen. Datzelfde geldt voor snelle denkers onderling. Niet vergelijken om jezelf kleiner te maken, maar vieren, aanmoedigen en denken: als jij het kan, kan ik het ook.
Heb jij ontwikkelingsgelijken om je heen?
Als je niemand hebt bij wie je je niet hoeft in te houden of uit te leggen, is dat waardevolle informatie. Net als frustratie of verveling is dit een signaal, geen tekortkoming.
Wil je weten hoe het voelt om wél tussen ontwikkelingsgelijken te staan, mensen die je meteen snappen zonder dat je jezelf hoeft te verklaren? Beluister de volledige aflevering van Breingenoten: dé Podcast, of ontdek Breingenoten, de kleinschalige training waarin je precies dát ervaart.



